Elektroden plaatsen bij een lopersknie (Iliotibiaal Bandsyndroom)
Een lopersknie, oftwel het iliotibiaal bandsyndroom, voelt vaak als een zeurende branderigheid aan de buitenkant van je knie.
Het is een irritante blessure die je loopritme volledig in de war kan gooien. Tijdens het herstel kan TENS of EMS een handje helpen, maar de elektroden op de juiste plek plakken is cruciaal.
Je wilt de pijnlijke plek behandelen zonder de beweging van je knie te belemmeren. Laten we even praktisch kijken hoe je dit aanpakt met je thuistraining.
Waarom dit anders is dan een standaard kniepijn
Bij een lopersknie zit de pijn niet diep in het gewricht, maar aan de buitenkant, waar het bindweefselband over het bot schuurt. Net zoals bij het elektroden plaatsen bij een polsontsteking, is de juiste positie cruciaal; een standaard TENS-plaatsing voor kniepijn mikt vaak recht op de knieschijf, wat hier weinig uithaalt.
Je moet specifiek de irritatie van het tractus iliotibialis aanpakken. Dit betekent dat je elektroden anders moet positioneren dan bij een klassieke slijmbeursontsteking, waarbij je ook let op de levensduur van je TENS elektroden.
Je zoekt naar verlichting zonder de druk op het band te verhogen. Denk aan het verschil tussen een generieke pijnstiller en een gerichte behandeling. Bij een lopersknie werkt een diffuse stimulatie niet.
Je hebt precisie nodig. Net zoals bij het elektroden plaatsen bij een zweepslag, moet je bij een apparaat zoals de Compex Fixx 1.0 of een TENS-apparaat de stroomstootjes direct op de irritatiezone richten. We focussen op het kalmeren van de zenuwen rondom de buitenkant van de knie, zonder de spieren te verlammen die je nodig hebt om te lopen.
De juiste plek vinden: anatomie voor beginners
Zoek eerst naar het gevoelige plekje. Ga staan en buig je knie licht. Voel aan de buitenkant van je knie, net boven het gewricht. Je voelt daar een richel lopen, dat is het bot van je scheenbeen. Het iliotibiaal band loopt over dit bot. De pijn zit meestal net boven of
