Elektroden plaatsen bij pijn in de bovenarm (Musculus Deltoideus)
Een zeurende pijn in je bovenarm, net onder de schouder. Je tilt je arm op en het voelt stijf, geïrriteerd. Het is niet zo heftig dat je direct naar de dokter rent, maar het hindert je wel.
Bij het wassen van je rug, het aantrekken van een jas of zelfs bij het typen op je laptop.
Je grijpt naar je TENS of EMS apparaat, een logische stap. Maar de standaard plekken voor elektroden, die je in de handleiding vindt, werken hier niet optimaal.
De pijn zit precies op die ene, lastige plek: je deltaspier. En dat verandert alles.
Waarom de deltaspier een lastige klant is
De meeste pijnklachten zitten in de rug of de knie, relatief grote en stabiele gebieden. Je bovenarm, en dan specifiek de Musculus Deltoideus, is een ander verhaal.
Deze spier is continu in beweging. Als je je arm optilt, draait, strekt of iets vastgrijpt, beweegt de huid en de spier eronder over de botten heen.
Standaard plekken voor elektroden, bijvoorbeeld vlak bij de schoudergewrichten, kunnen hierdoor makkelijk verschuiven. De plakkers verliezen hun contact, de stroomstootjes worden zwakker en de verlichting die je zoekt, blijft uit. Een tweede uitdaging is het bot en de pezen.
De deltaspier heeft twee aanhechtingspunten op je schouderblad en het bot aan de zijkant van je bovenarm. Plak je een elektrode per ongeluk rechtstreeks op een botrand of een pees, dan voel je een onaangename, scherpe prikkel in plaats van een aangename tinteling.
De stroom zoekt immers de path of least resistance, en dat is dan niet de spier die je wilt behandelen. Je wilt de zachte spiervezels prikkelen, niet het bot. Daarom werkt de 'doe-het-zelf' aanpak met de elektroden op de bovenarm vaak teleurstellend. Je probeert een plekje te vinden waar de plakker blijft zitten, je beweegt een klein beetje en het contact is alweer verbroken.
Of je voelt die vervelende prikkel op het bot en schakelt het apparaat gefrusteerd weer uit. Herkenbaar?
De juiste plek is alles
Dan is het tijd voor een andere aanpak, een die specifiek is voor de vorm en functie van je schouder. Denk aan je deltaspier als een driehoek. De spier loopt van je sleutelbeen en schouderblad naar beneden toe vast aan je bovenarm.
De pijn kan aan de voorkant zitten (bij het optillen naar voren), aan de zijkant (bij het optillen naar de zijkant) of aan de achterkant (bij het optillen naar achteren). Net als bij het elektroden plaatsen bij onderarmklachten, bepaalt de plek van de pijn de beste positie. We gaan dus niet zomaar wat plakken, we kiezen een strategie.
Elektroden plaatsen: de methode voor schouderpijn
Voor de deltaspier werkt een specifieke opstelling het best. We gebruiken bijna altijd vier elektroden (voor TENS) of twee elektroden (voor EMS).
De meeste thuiss apparaten, zoals de Compex Fixx 1.0 of de Beurer EM 80, worden geleverd met standaard vierkante of ronde plakkers van ongeveer 5x5 cm. Dat formaat is perfect. De 'sandwich' techniek (de beste voor pijnbestrijding met TENS):
- Zoek de meest pijnlijke plek. Druk voorzichtig met een vinger. Dit is je doelwit.
- Plaats de eerste elektrode (kanaal A, rode kabel) ongeveer 3 tot 5 centimeter boven de pijnlijke plek, richting de schouder.
- Plaats de tweede elektrode (kanaal A, zwarte kabel) 3 tot 5 centimeter ónder de pijnlijke plek, richting je elleboog.
- Je hebt nu een verticale lijn van elektroden over je bovenarm. De pijnlijke spier zit er precies tussenin.
- Herhaal dit voor kanaal B als je een tweede set elektroden gebruikt, maar dan een stukje naast de eerste lijn. Zo creëer je een 'sandwich' van stroom die de hele spierzone omsluit.
Deze opstelling zorgt ervoor dat de elektrische signalen diep in de deltaspier doordringen.
De stroom loopt van de ene elektrode naar de andere, en neemt de spiervezels op zijn route mee. Dit is veel effectiever dan twee elektroden die vlak naast elkaar plakken.
Verschillen tussen TENS en EMS voor je bovenarm
Het is crucial om te weten wat je apparaat doet. TENS (Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie) is er voor pijnbestrijding.
EMS (Elektrische Spier Stimulatie) is er om je spieren actief te maken, te ontspannen of voor een gerichte training voor sterke armen.
Hoewel veel moderne toestellen zoals de Beurer EM 59 beide kunnen, gebruiken ze een andere frequentie en golflengte. TENS voor de pijn:
Gebruik je TENS voor die zeurende pijn in je deltaspier, dan wil je de pijnpoorten in je zenuwen sluiten en je lichaam aanmoedigen om endorfine (pijnstillers) aan te maken. Je kiest een programma met een laag tot medium frequentie (bijvoorbeeld 'Pijnbestrijding' of 'Acute Pijn').
Je voelt een tinteling, geen spiercontractie. De 'sandwich' opstelling werkt hier perfect.
Je kunt de intensiteit langzaam opvoeren tot je een sterke, maar comfortabele tinteling voelt. Een behandeling duurt meestal 20 tot 30 minuten. EMS voor de spier:
Gebruik je EMS, dan wil je de spier actief laten samentrekken. Dit is nuttig als de pijn komt van zwakte of een lichte verrekking, en je de spier wilt versterken of de doorbloeding wilt verbeteren.
Je kiest een programma als 'Spieropbouw' of 'Herstel'. Je voelt je spier letterlijk samentrekken en weer ontspannen.
Plaats de elektroden hierbij iets breder, aan de voor- en zijkant van de schouder, om de verschillende delen van de deltaspier te activeren. Dit werkt anders dan het elektroden plaatsen bij pijn tussen de schouderbladen. Een EMS-sessie is intensiever en duurt vaak korter, rond de 15 minuten.
Let op: Gebruik nooit EMS op een plek waar je net een zware training hebt gedaan of waar je acute ontstekingssymptomen hebt (rood, warm, sterk gezwollen). TENS is dan wel veilig.
Jouw keuzekader: welke elektroden en welke plek?
Oké, je weet nu de theorie. Maar welke knop moet je indrukken en waar moet je die plakkers precies plakken?
Hier is een simpel stappenplan om te bepalen wat voor jou het beste werkt.
- Ik wil van de zeurende pijn af tijdens het werken of slapen. Kies TENS.
- Ik wil mijn schouder sterker maken en de spier activeren. Kies EMS.
- Ik heb net een zware workout gedaan en wil spierpijn verzachten. Kies TENS (lage frequentie) of een specifieke EMS Recovery-modus.
Stap 1: Wat is je doel? Stap 2: Welke elektroden gebruik je? De meeste startersets (rond €40-€60) hebben vier standaard plakkers (5x5 cm).
Die zijn perfect voor de 'sandwich' techniek bij TENS. Je gebruikt er twee of vier. Als je een specifieke, zeer pijnlijke knoop (triggerpoint) hebt, kun je overstappen op kleinere elektroden (bijvoorbeeld 3x3 cm of ronde van 2,5 cm diameter). Die vind je vaak in sets voor de TENS 3000 of soortgelijke professionelere modellen (€70-€100).
Die kleine plakkers focus de stroom op één punt, maar zijn minder geschikt voor de brede deltaspier.
- Maak je huid schoon en vetvrij met water en zeep. Geen crème of olie!
- Scheer eventueel de haren weg op de plek waar de elektroden moeten komen. Dit verbetert de hechting enorm.
- Druk de elektroden stevig aan op de huid. Wrijf er even over met je handpalm om de lijm te activeren.
- Zet het apparaat uit en beweeg je arm rustig. Blijven de plakkers zitten? Goed zo.
- Zet het apparaat aan en verhoog de intensiteit tot je een duidelijke tinteling voelt, maar geen pijn.
Stap 3: De checklist voor een perfecte plek. Stap 4: De keuze.
Heb je een simpele, universele TENS/EMS
